Actueel

Derde steunpakket COVID-19

03 | 09 | 20

Vrijdag 28 augustus heeft de overheid het derde steunpakket COVID-19 gepresenteerd. Dit pakket aan maatregelen loopt tot 1 juli 2021. Hieronder vindt u de belangrijkste elementen.

NOW 3.0

De tegemoetkoming in de loonkosten voor bedrijven met een substantiële omzetdaling wordt gehandhaafd voor een periode van drie keer drie maanden. Dit betekent dat de NOW doorloopt tot en met juni 2021. De NOW 3.0 wordt echter stapsgewijs soberder. Ieder kwartaal worden de eisen wat betreft de omzetdaling stapsgewijs aangescherpt. Tevens wordt de hoogte van de tegemoetkoming verder afgebouwd. De verplichting voor werkgevers die NOW aanvragen om hun medewerkers te stimuleren om aan scholing te doen, blijft bestaan. Dat geldt ook voor het verbod op uitkeren van dividend en bonusuitkeringen.

Vaste opslag van 40%

Boven op de loonsom blijft een opslag op de loonkosten voor werkgeverslasten, voor onder andere vakantiegeld en pensioen, van 40% van kracht.

NOW 3.0: oktober tot en met december 2020

In de eerste periode, van oktober tot en met december 2020, is nog steeds vereist dat de omzetdaling minstens 20% bedraagt. De maximale vergoeding van de NOW 3.0 bedraagt 80% van de loonkosten bij 100% omzetverlies, in plaats van 90% onder de NOW 1.0 en 2.0.

NOW 3.0: januari tot en met maart 2021

In de tweede periode, van januari tot en met maart 2021, dient de omzetdaling ten minste 30% te bedragen. De tegemoetkoming bedraagt in die periode maximaal 70% bij 100% omzetverlies.

NOW 3.0: april tot en met juni 2021

In de derde periode, van april tot en met juni 2021, dient de omzetdaling ten minste 40% te zijn en bedraagt de tegemoetkoming nog maar 60% bij 100% omzetverlies.

Beperkte loondaling zonder gevolgen

Het kabinet heeft aangegeven dat werkgevers hun loonsom gedeeltelijk kunnen verlagen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de tegemoetkoming ingevolge de NOW 3.0. In de eerste periode van drie maanden (oktober t/m december 2020) mag de loonsom 10% dalen, in de tweede periode (januari t/m maart 2021) mag dit 15% zijn en in de derde periode (april t/m juni) 20%. De reden van de loonsomdaling is voor de NOW 3.0 niet van belang. Dit kan het gevolg zijn van ontslagen of bijvoorbeeld door afspraken over het vrijwillig inleveren van salaris. Het is nog onduidelijk welke korting op de tegemoetkoming volgt als genoemde percentages worden overschreden.

Ontslagboete vervallen

Ondernemers krijgen geen korting meer op de NOW-subsidie als sprake is van ontslag om bedrijfseconomische redenen. Dit is bij de NOW 2.0 wel het geval. In de NOW 2.0 krijgt een ondernemer een boete als hij twintig of meer werknemers om bedrijfseconomische redenen ontslaat, zonder dat hierover overeenstemming is bereikt met de vakbond of een ander vertegenwoordigend orgaan.

Maximumloon voor de NOW 3.0

Het maximumloon dat voor de tegemoetkoming volgens de NOW 1.0 en 2.0 in aanmerking wordt genomen, bedraagt twee keer het maximumdagloon, ofwel € 9.538 (2020) per maand. Dit maximum geldt ook in de eerste twee periodes van de NOW 3.0, dus voor de periode oktober 2020 tot en met december 2020 en de periode januari tot en met maart 2021. In de derde periode van de NOW 3.0, de periode april tot en met juni 2021, bedraagt het maximum van de tegemoetkoming nog maar één keer het maximale dagloon (ongeveer € 4.769).

Aanvragen NOW 3.0 in november

Het kabinet streeft ernaar om de aanvraag voor de NOW 3.0 op 16 november 2020 te laten starten. Dan kan voor de eerste periode van oktober tot en met december 2020 de aanvraag worden ingediend. De aanvraagmogelijkheid staat los van eerdere aanvragen voor de NOW 1.0 en of de NOW 2.0. Ook de NOW 3.0 kan via het UWV worden aangevraagd.

 

TOZO 3.0

Ook de Tozo – Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers – wordt verlengd tot 1 juli 2021. De Tozo 3.0 kent als belangrijkste verschil met de eerdere regelingen de invoering van een vermogenstoets.

Vermogenstoets

Ondernemers die meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen bezitten, komen niet langer voor de Tozo in aanmerking. Met directe geldmiddelen kunt u onder meer denken aan contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties. Ander vermogen, zoals een bedrijfspand en machines, blijft buiten schot. Ook een eigen woning en afgeschermd pensioen tellen niet mee voor de grens van € 46.520.

Inkomenstoets partner blijft

De toets op het inkomen van de partner blijft van kracht. Er wordt niet gekeken naar levensvatbaarheid van het bedrijf en de kostendelernorm wordt ook nu niet toegepast. Deze norm betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, de bijstandsuitkering lager wordt, omdat ervan uit wordt gegaan dat de kosten gedeeld worden.

Lening blijft mogelijk

Ook onder de Tozo 3.0 blijft een lening voor bedrijfskapitaal mogelijk. Het totale bedrag van de lening mag onder de Tozo 1.0, 2.0 en 3.0 samen niet meer bedragen dan € 10.157. Ondernemers die al een lening van deze omvang hebben gekregen, kunnen die dus niet nog een keer aanvragen. Bbz na Tozo 3.0 De bestaande Bbz-regeling (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) blijft als vangnet dienen na de Tozo 3.0, die op 1 juli 2021 afloopt. Ook de Bbz voorziet in ondersteuning voor levensonderhoud en in krediet voor bedrijfskapitaal.

Heroriëntatie

Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers die door de coronacrisis in moeilijkheden zijn gekomen, zich heroriënteren op hun toekomst. Daarom gaan gemeentes vanaf 1 januari 2021 deze ondernemers actief ondersteunen op het gebied van coaching, advies en bij- of omscholing.

Aanvragen

De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen. Houd de website van uw gemeente in de gaten voor meer informatie.

 

TVL

Ook de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL) wordt verlengd tot 1 juli 2021. Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de huidige TVL is dat bij de TVL uit het derde steunpakket het maximum van de vergoeding stijgt naar € 90.000 voor een periode van drie maanden en dat het omzetverlies vanaf januari volgend jaar hoger moet zijn om nog voor de TVL in aanmerking te kunnen komen.

Drie periodes van drie maanden

De nieuwe TVL uit het derde steunpakket kent drie periodes van drie maanden. Net als bij de NOW 3.0 zijn dit de periodes oktober t/m december 2020, januari t/m maart 2021 en april t/m juni 2021. In deze drie periodes kan de tegemoetkoming telkens per periode maximaal € 90.000 bedragen. Dit is € 40.000 meer dan onder de huidige TVL met een maximum van € 50.000.

Groter omzetverlies

In de TVL uit het tweede steunpakket dient het omzetverlies minimaal 30% te bedragen. Voor de nieuwe TVL blijft dit percentage voor de eerste periode van oktober t/m december 2020 gelijk. Voor de daaropvolgende periode, van januari t/m maart 2021, is een minimum omzetverlies vereist van 40%, voor de daaropvolgende periode, van april t/m juni 2021, is dit 45%.

Gedeeltelijke dekking

Net als onder de TVL uit het tweede steunpakket is er voor de nieuwe regeling slechts dekking voor 50% van de vaste lasten. Voor de berekening wordt ook nu uitgegaan van branchegemiddelden, op basis van cijfers van het CBS. Op basis van dit gemiddelde en het omzetverlies wordt een TVL verstrekt van 50%. Alleen voor specifieke branches in het mkb. De tegemoetkoming is en blijft alleen beschikbaar voor specifieke branches in het mkb. Dit betekent dat een bedrijf moet beschikken over de juiste SBI-code. Verder dient het bedrijf onder andere minder dan 250 werknemers in dienst te hebben.

Meer vaste lasten

Daarnaast is vereist dat een bedrijf per periode van drie maanden minstens € 4.000 aan vaste lasten heeft. Voor de TVL uit het tweede steunpakket is dit nu voor een periode van vier maanden. Een bedrijf moet dus onder de nieuwe TVL meer vaste lasten hebben om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen.

Aanvragen

U kunt de TVL uit het derde steunpakket voor de eerste periode van oktober t/m december 2020 vanaf 1 oktober 2020 tot en met 29 januari 2021 aanvragen bij RVO.nl. Ondernemers moeten voor iedere periode apart een aanvraag indienen.

 

Fiscale maatregelen

De bestaande versoepeling van fiscale regels vanwege de coronacrisis, zoals uitstel van betaling en verlaging van belastingrente, wordt afgebouwd. Het uitstel van belastingen kunt u krijgen voor onder meer de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonbelasting,

Uitstel tot uiterlijk 1 januari 2021

Ondernemers kunnen nog tot 1 oktober 2020 uitstel van belastingbetaling of een verlenging van het uitstel aanvragen bij de Belastingdienst. Daarmee loopt voor alle ondernemers het uitstel uiterlijk op 1 januari 2021 af. Vanaf 1 januari 2021 is uitstel in beginsel niet meer mogelijk.

Aflossen belastingschulden

Ondernemers die geen uitstel of verlengd uitstel bij de Belastingdienst aanvragen, dienen hun belastingschulden in beginsel in 24 maanden af te lossen. Heeft u uitstel gekregen, dan dient u uiterlijk per 1 januari 2021 met aflossen te starten.

Maatwerk bij aflosproblemen?

Wanneer aflossen niet mogelijk is, wordt bekeken of een maatwerkoplossing mogelijk is, zoals langer uitstel van betaling. In die gevallen zal een verklaring van een derde-deskundige, zoals een accountant, nodig zijn. Hieruit moet blijken dat er liquiditeitsproblemen zijn, dat deze tijdelijk zijn, dat ze vóór een afgesproken datum worden opgelost en dat de onderneming levensvatbaar is. De Belastingdienst beraadt zich nog over uitbreiding van de bestaande mogelijkheid tot schuldsanering.

Invorderingsrente blijft laag

Invorderingsrente moet betaald worden als belastingschulden niet tijdig zijn voldaan. De invorderingsrente is vanwege de coronacrisis verlaagd naar 0,01%. Ondernemers hoeven dus nauwelijks rente te betalen over de belastingschuld gedurende het uitstel van betaling. De verlaagde invorderingsrente van 0,01% blijft tot en met 31 december 2021 van kracht.

Belastingrente per 1 oktober 2020 omhoog

Ondernemers betalen belastingrente als een aanslag door de schuld van de ondernemer te laat kan worden vastgesteld of als de Belastingdienst afwijkt van de aangifte. De belastingrente bedraagt nu ook 0,01%, maar dit percentage zal per 1 oktober 2020 weer teruggaan naar het oorspronkelijke niveau van 4%. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) zal tot en met 31 december 2021 ook 4% bedragen (in plaats van het oorspronkelijke niveau van 8%).

Reisaftrek verruimd

In de inkomstenbelasting bestaat de reisaftrek voor woon-werkverkeer dat met het openbaar vervoer wordt afgelegd en waarvoor de werknemer geen vergoeding van de werkgever krijgt. Sommige thuiswerkers reizen veel minder naar hun werk. Daardoor hebben ze recht op minder reisaftrek, terwijl de kosten vaak gewoon doorlopen. Daarom wordt voor 2020 de reisaftrek in de inkomstenbelasting toegepast alsof de werknemer zijn reispatroon van vóór de coronacrisis heeft voortgezet. Voorwaarde is wel dat de reiskosten ongewijzigd zijn.

Verlenging van en mogelijk nieuwe kredietfaciliteiten

De verlenging van tal van kredietfaciliteiten blijft ook na 1 oktober 2020 van kracht. Het is nog niet bekend of de voorwaarden nog worden gewijzigd. De verlenging betreft onder meer de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en de regeling Klein Krediet Corona (KKC). Het kabinet onderzoekt verder samen met de reisbranche de haalbaarheid en wenselijkheid van een kredietfaciliteit gekoppeld aan bestaande vouchers. Mocht blijken dat een rol voor de overheid hierin aantoonbaar doelmatig en wenselijk is, dan zal het kabinet zich daarop beraden.

Mogelijke verzekering evenementenbranche

Verder wordt in de evenementenbranche gesproken over nieuwe verzekeringsinstrumenten, waarmee activiteiten mogelijk hervat kunnen worden. Mocht blijken dat een rol voor de overheid hierin aantoonbaar doelmatig en wenselijk is, dan zal het kabinet zich ook daarop beraden.

Aanvullend sociaal pakket

Vanwege het verlies aan banen vanwege corona, wordt zo’n € 1,4 miljard uitgetrokken voor tal van sociale maatregelen, zoals begeleiding bij het vinden van nieuw werk door het UWV en gemeentes. Ook is dit geld beschikbaar voor om- en bijscholing en extra ondersteuning voor mensen die kwetsbaar zijn, zoals jongeren en mensen in de banenafspraak (voor mensen met een arbeidsbeperking). Daarnaast komt er steun voor mensen met een hoog risico op armoede en problematische schulden.

Terug naar het overzicht

Onze opdrachtgevers

Meer opdrachtgevers »